Waardering stamrechtverplichting – tegen welk rentepercentage?

Een belastingplichtige bedong in 2010 bij zijn bv een stamrechtuitkering van € 20.600, die ingaat per maart 2021. De beschikbare koopsom was ruim € 268.000. Eind 2010 wil deze belastingplichtige de voorziening voor dit stamrecht waarderen op € 272.900. Daarbij houdt hij rekening met een marktrente van 3%. De inspecteur komt uit op een veel lagere voorziening, namelijk € 229.900. Hij hanteert daarbij de wettelijk voorgeschreven rente van 4%. De rechter geeft de inspecteur in deze zaak gelijk. De Wet inkomstenbelasting 2001 schrijft in artikel 3.29 voor de waardering van dergelijke voorzieningen dwingend een rente voor van ten minste 4%.

© SRFA 2019